Can we help you?

All questions and answers you have about grains!

Giet 3 dl melk of water in een pan. Breng dit aan de kook. Schud 30 gram vlokken in de pan. Laat dit koken volgens de kooktijd die op de verpakking staat. De graanvlokken zijn gaar wanneer er geen harde stukjes meer in je mond achterblijven wanneer je het hebt doorgeslikt. Pap moet even staan voor het wordt gegeten (uitgezonderd de gierstvlokken en amaranthvlokken) zodat het graan nog wat melk of ander vocht kan opnemen. Hoe lang je het moet laten nawellen staat ook vermeld op de verpakking. In plaats van koken kunt u er ook voor kiezen om de graanvlokken te laten weken zonder te koken. Als u dit wilt, moet u de graanvlokken een paar uur laten staan. U kunt bijvoorbeeld ‘s avonds de pap maken en ‘s morgens de pap opeten. De verhouding 30 g vlokken op 3 dl melk is over het algemeen goed. Bij havermout krijg je een tamelijk dikke pap. De een zal dit lekker vinden, terwijl de ander liever 40 g per 5 dl melk heeft.

Alle producten van De Meesters van de Halm kunnen zo uit de verpakking geconsumeerd worden. Ze hoeven dus niet eerst gekookt te worden. Maar de een vindt het lekkerder om een zachte muesli of crunchy te eten en de ander niet. Zachtere vlokken zijn wel beter door het lichaam te verteren. Wat het beste voor jezelf is, en hoe je lichaam erop reageert, daar kom je pas achter als je het probeert. Probeer op maandagochtend maar eens havermuesli die je ’s ochtends direct in de melk doet en op dinsdagochtend havermuesli die je al een nachtje in de melk hebt laten wellen. Een paar uur later merk je wel aan je buik welke manier het beste bij je past.

Onze havermout wordt gemaakt van puur en alleen haver. Bij De Halm knippen we de haverkorrel in kleine stukjes en pletten het daarna tot mooie kleine vlokjes. Deze kleine vlokjes worden havermout genoemd. Door de haver te pletten kan ons lichaam de voedingsstoffen die in de haver zitten (en dat is nogal wat) beter opnemen en gebruiken. In 1997 werd officieel bekendgemaakt dat haverproducten het risico op hart- en vaatziekten kunnen verlagen. Daarnaast is het voor iedereen een gezond alternatief. Ook sporters en mensen die willen afslanken starten de dag prima met een havermoutontbijt! Havermout kan lekker opzwellen in je maag waardoor je maag lekker lang ‘vol’ blijft. Hierdoor kun je goede sportieve prestaties neer zetten en ben je minder geneigd om gaan te snacken. Daarom is het een ideaal ontbijt om de ochtend zonder hongergevoel door te komen.

De glycemische index geeft een inschatting van de snelheid waarmee de bloedsuikerspiegel stijgt als iemand koolhydraten heeft gegeten. Koolhydraten die langzaam afbreken en hun glucose geleidelijk aan het bloed afgeven hebben een lage glycemische index. De GI van glucose is 100. Een waarde onder 55 is laag. In het algemeen wordt een lage GI als gunstig, dus gezond, beschouwd. Dat is niet per definitie waar, maar de GI kan wel een goede richtlijn zijn voor een gezonder voedingspatroon. De gemiddelde GI van muesli is 57. Van gerst alleen is deze 28 en veel fruit heeft een waarde onder de 55. De GI van kikkererwten en kidneybonen is doorgaans lager dan 30, en die van havermoutpap zo rond de 55. De hoogte van de GI hangt echter van veel factoren af. Zo zijn de bereidingstijd en –wijze van invloed. Maar ook, in geval van fruit, de mate van rijpheid. Daarnaast is de combinatie met andere voedingsstoffen, zoals vet, van invloed. Ten slotte is het menselijk lichaam een bepalende factor in de omzetting van koolhydraten. Niet alle mensen zijn hetzelfde.

Fytinezuur is een stof die van nature voorkomt in zaadachtige voedingsmiddelen zoals granen, bonen en noten. Het bevindt zich vooral in de buitenste lagen van granen, maar wordt niettemin ook in de kern ervan aangetroffen. Fytinezuur noemt men formeel fytaat als de stof in gebonden of zoutvorm wordt aangetroffen. Kaas en vleesproducten maar ook fruit en bladgroenten zoals spinazie en kool bevatten voor zover bekend geen fytinezuur. In de natuur is fytaat een bron van fosfor voor de kiemplant. Deze fosfor kan worden vrijgemaakt door het enzym fytase. De mens maakt nauwelijks fytase aan en kan daarom deze vorm van fosfor slechts beperkt benutten. Fytase zou in principe aan onze voeding kunnen worden toegevoegd. Hierdoor zouden mineralen, fosfor en andere nutriënten weer beschikbaar zijn. Diervoeders worden al wel met fytase verrijkt. Opmerkenswaardig is dat de fytase-activiteit in het spijsverteringsstelsel van de mens tot op zekere hoogte toeneemt bij een dieet met een verstoord aanbod van fosfor.

Positief en negatief
De aanwezigheid van fytaat in voeding heeft inderdaad een negatief effect op de opname van mineralen. Fitinezuur vormt zouten (fytaat) met minerale spoorelementen zoals calcium, magnesium, ijzer, koper en zink. Maar bindt zich ook aan andere voedingselementen. Mede daarom noemt men fytaat een antinutriënt. Juist de hierboven genoemde ongunstige eigenschap van fytinezuur om zich sterk te binden aan andere stoffen is tegelijk een gunstige eigenschap. Zo is de stof een anti-oxidant. Maar ook heeft het een therapeutisch effect op meerder vormen van kanker en zekere hartziekten. Het kan diabetes voorkomen, alsmede tandbederf en nierstenen. Bovendien hebben vezels, onder andere in volkorenproducten, een aantoonbaar gunstige uitwerking op de fysieke gesteldheid van ons darmstelsel.

Extra aandacht
Mineralengebrek door fitinezuur kan optreden door eenzijdige voeding van met name zaadachtige producten. Dit is vooral van toepassing op het voedingspatroon in ontwikkelingslanden. Wij westerlingen hebben het geluk dat we dusdanig kunnen variëren met ons menu, dat een dergelijk gebrek welhaast is uitgesloten. Voor mensen die fytaatvrije producten zoals kaas en vleeswaren niet wensen te eten of niet mogen eten, zijn alternatieve bronnen voor mineralen voorhanden. Denk hierbij aan fruit en bladgroenten als spinazie en kool. Het is zinvol de inname van fytinezuur in relatie te zien tot de inname van mineralen en andere nutriënten. Een gevarieerd menu zorgt voor een goede balans tussen beide en doet daarbij recht aan de gunstige effecten van zowel fytinezuur als van andere eigenschappen van onze voeding.